Onlangs begeleidden wij de uitvaart van een vrouw die jarenlang ernstig ziek was geweest. Door intensief medicijngebruik was haar uiterlijk sterk veranderd. Maar haar naaste familie vond veel troost in het beeld van hun moeder en partner zoals zij opgebaard was: rustig, vredig, bevrijd van pijn en ongemak, in haar eigen vertrouwde kleding.
Tijdens het gesprek over de opbaring vertelde een van de dochters dat haar moeder ooit had aangegeven niet 'tentoongesteld' te willen worden. Haar broer zag dat anders. Ondanks alles wat zij had doorgemaakt, lag hun moeder er vredig en mooi bij. Daarom vond hij dat de kist best open kon blijven voor familie en vrienden.
Dat gesprek zette ons aan het denken. Want wat bedoelt iemand precies met: "Ik wil niet tentoongesteld worden?" Volgens de Wet op de lijkbezorging moet zoveel mogelijk worden gehandeld naar de wens van de overledene. Maar wat als die wens voor meerdere uitleg vatbaar is? Betekent het: ik wil na mijn overlijden door niemand meer gezien worden? Of: ik wil niet bekeken en beoordeeld worden door mensen die mij vooral herinneren zoals ik vroeger was?
Nabestaanden die dagelijks betrokken waren bij de verzorging zijn vaak geleidelijk meegegroeid met veranderingen in uiterlijk. Voor hen ziet hun dierbare er vertrouwd en herkenbaar uit. Voor familieleden, vrienden of kennissen die de overledene langere tijd niet hebben gezien, kan dat anders zijn. Zij dragen vaak het beeld van betere tijden met zich mee en kunnen schrikken van de veranderingen door ziekte, ouderdom of een intensief behandeltraject.
Voor de meest nabije kring kan het juist heel waardevol zijn om de overledene nog te zien. Om de rust in een gezicht te zien. Om te ervaren dat het leven voorbij is. Om nog één keer dichtbij te zijn.
Misschien hoeft het daarom geen strikte keuze te zijn tussen open of gesloten. Tijdens een condoleance kan een mand of kist gesloten zijn om later, in kleine kring, weer geopend te worden. Zo ontstaat ruimte voor zowel bescheidenheid als nabijheid. Er is geen goed of fout. Wel vinden wij het belangrijk dat keuzes bewust worden gemaakt, met respect voor de wensen van de overledene én oog voor de mensen die afscheid nemen.
Als ik naar mezelf kijk, dan wil ik dat mijn mand alleen open is voor mijn liefsten, als zij dat ook willen. Ik hoop dat mijn gezichtsuitdrukking dan vertelt wat woorden niet meer kunnen zeggen: dat het goed is geweest, dat het leven mooi was en dat ik niet langer kon blijven, hoe graag ik ook nog bij ze was gebleven.
En voor wie mij al langere tijd niet meer heeft gezien: die mag mij herinneren zoals ik was. Voor hen mag mijn mand dicht blijven. Kom dan vooral voor mijn liefsten. Geef ze een knuffel, vertel een mooie herinnering of die ene anekdote die ze misschien nog nooit hebben gehoord. Daar hebben zij veel meer aan dan aan een laatste blik op mij.
Doodgaan gebeurt immers zelden op het moment van iemands grootste schoonheid of kracht.